Mijn postpartum verhaal: “Wat hij zag, zag ik zelf niet.”

pasgeboren baby na bevalling

Elke zwangerschap en bevalling is uniek, maar soms gebeurt er iets wat je totaal niet had zien aankomen. Dit is het verhaal van een moeder die haar tweede kindje kreeg en ontdekte dat de weken en maanden erna anders waren dan verwacht.

Een tweede kindje: een bewuste keuze

Toen mijn oudste kind acht à negen jaar oud was, voelde ik dat het weer kriebelde. Na al die jaren wilde ik nog een baby. Het voelde vanzelfsprekend en gewenst, niet iets dat zomaar ineens in me opkwam. Mijn man stond er volledig achter en ook mijn oudste leek het allemaal te begrijpen. Toen werd ik zwanger van mijn tweede wondertje. Nog een jongen! Alles in ons leven draaide om de komst van dit nieuwe kindje.

De zwangerschap zelf was gelukkig. Ik genoot van het inrichten van de babykamer, het kopen van kleertjes, van de babyshower en het vooruitzicht dat ons gezin zou groeien. Natuurlijk, fysiek voelde het zwaar, vooral in het laatste trimester, maar mentaal zat ik goed. Alles leek te kloppen, precies zoals ik het had gewenst.

De bevalling en de eerste dagen

De bevalling ging snel. Te snel, alsof mijn lichaam sneller werkte dan ik kon bijbenen. Voor ik het besefte, was de baby er al. Daarna gingen we naar huis. De kraamzorg kwam, alles draaide door, de dagen gleden langs.Ongeveer drie dagen nadat de kraamverzorgster vertrok, vroeg mijn man of het eigenlijk wel goed met me ging. Dat had hij al eerder gevoeld, maar dit keer sprak hij het uit. Ik dacht er zelf niet over na. Ik was moe, uitgeput, en het leek logisch dat alles nog niet soepel liep.

Wat hij zag, zag ik zelf niet. Elke keer als de baby borstvoeding kreeg, gaf ik hem meteen aan iemand anders of liet ik hem meegaan met de kraamverzorgster. Er was geen moment waarop ik echt bij de baby was. Ik dacht dat dit gewoon bij herstel hoorde. Maar het voelde niet helemaal goed. Dat zag hij.

Het besef: er is iets anders

Door dat gesprek met mijn man besloot ik naar de huisarts te gaan. Daar stelde ze vragen die intens voelden. Vragen die me dwongen stil te staan bij hoe ik me voelde, en waar ik eerst nog geen antwoord op had. Langzaam werd duidelijk dat er iets speelde dat ik niet had verwacht: een postnatale depressie. Het was een term waar ik in eerste instantie weinig bij voelde. Ik begreep nog niet goed wat het precies inhield. De huisarts raadde mij aan om met een psycholoog te praten. Thuis ben ik gaan lezen over postnatale depressies. Alles wat ik las, voelde bekend. Vooral die afstandelijkheid, dat niet kunnen voelen wat je denkt te moeten voelen voor je baby. Het raakte me diep, want dit was iets wat niet gepland was, iets dat je zomaar overkomt. Wekenlang bleef het door mijn hoofd spelen.

In therapie

Ik begon gesprekken met een psycholoog. Het praten met een vreemde was in het begin zwaar; ineens moest ik mijn hele gevoel openleggen, mijn hart op tafel leggen. Langzaam kwamen naast de depressieve gevoelens ook andere dingen omhoog. Dingen uit mijn jeugd, mijn relatie met mijn moeder, en mijn band met één van mijn zussen.

Door gesprekken en opdrachten leerde ik het proces aan te gaan. Het was geen gemakkelijke weg, maar het gebeurde wel. Ik bleef uiteindelijk een jaar bij de psycholoog. Ook toen het al beter ging, besloot ik door te gaan om geen terugval te riskeren.

Mijn moeder en het familiegesprek

Ik probeerde ook met mijn moeder te praten. Het ging niet helemaal zoals ik had gehoopt. Toch hielp het om bepaalde dingen af te sluiten voor mezelf. Ik kon een punt zetten, ook al was het niet perfect. Het praten met iemand buiten mijn familie voelde uiteindelijk bevrijdend. Deze persoon kende mij niet, stond los van mijn gezin en geschiedenis. Het gaf me de ruimte om alles uit te spreken en echt mijn ei kwijt te kunnen. Het maakte me sterker, als moeder en als vrouw.

Een volgende zwangerschap

Ongeveer anderhalf jaar later werd ik opnieuw zwanger. De angst zat diep: wat als het weer gebeurt? Wat als ik opnieuw een postnatale depressie krijg Die angst bleef, maar deze keer ging het anders. Ik was vanaf het begin gehecht aan mijn baby. Dat was één van mijn grootste zorgen geweest, en juist dat liep goed. Mijn kinderen zijn gelukkig, en het is allemaal goed gekomen.

In therapie

Ik begon gesprekken met een psycholoog. Het praten met een vreemde was in het begin zwaar; ineens moest ik mijn hele gevoel openleggen, mijn hart op tafel leggen. Langzaam kwamen naast de depressieve gevoelens ook andere dingen omhoog. Dingen uit mijn jeugd, mijn relatie met mijn moeder, en mijn band met één van mijn zussen.

Door gesprekken en opdrachten leerde ik het proces aan te gaan. Het was geen gemakkelijke weg, maar het gebeurde wel. Ik bleef uiteindelijk een jaar bij de psycholoog. Ook toen het al beter ging, besloot ik door te gaan om geen terugval te riskeren.

Scroll naar boven